Over mij

Mijn foto
In overgave te ervaren, wat ervaren wil worden! Zich Verliezen in klanken, om in rond te dwalen het lichtende diepst van de nacht. Zich verenigen Met haar schijnbare zwijgen, Om het fluisteren van het verborgen leven te horen, die in harmonie heen en weer schommelt. Met haar intimiteit versmelten, Om het hart te openen voor de stilte. De Draaikolk van gedachten stoppen, Om de tedere beroering van Het huidige moment te beleven, die als een druppel in de eeuwigheid valt ... Ik ben niemand mijn lieve, slechts een spiegelbeeld van je .. alles wat je ziet in mij is wat je bent, ik reflecteer het je terug ..! ©Moon

dinsdag 8 november 2011

Ode aan de Grote Moeder



En het leven word geleefd
tussen opgedane ervaringen en het herhalen van geschiedenis.
Eindeloze rijen van huizen waar maar geen einde aan lijkt te komen, vormen een streep van muren beton.
Daarachter word geleefd en wandelt men op paden van aangeplante bossen wanneer het zondag is.
En zonder dat men weet,
verstrijkt de tijd tussen 4 seizoenen.

De enige plank die er is, is waar brood op moet komen.
Zo zijn de wekkers ontstaan en heeft het leven doelloos een doel,
wanneer men s'nachts het oor op het kussen te rusten legt
en alleen de adem nog vanzelf gaat.

Wie hoort nog de uitgestrekte hemel, HAAR koninkrijk, tussen het rijk van de zon en de maan.
Wie hoort nog HAAR roep die als een echo over de daken van huizen glijd.
Wie ziet nog hoe de sterren stralen,
haar fonkelende diamanten, wanneer ZIJ zich aandient,
aan ons gegeven?

Maar ik zeg je: Hoe liefelijk is haar roep van haar gezang, eeuwigdurend, geduldig als de Goddelijke snaren van de harp, alwaar zij gekomen is vanuit het meer en getrotseerd heeft het wenen van de doden, die stierven omdat zij de liefde niet konden zien.

De fonkeling in HAAR ogen heeft nooit gezwegen en dichtbij haar boezem bewaard zij het zwaard, welke HIJ aan haar teruggegeven heeft toen ZIJN adem verdween in de wind en toen de mist over het water kwam.

©Moon

zondag 6 november 2011




Je weet niet wat je zegt
in welke grond het valt,
of het in lentes opschiet
als een distel,
klaproos,
tulp,
verdooft of wekt,
wanneer je
in je stenen klokhuis zit
en het geschrevene
nog leeft
of niet
en vreemde grond en verse regen
voor je spreken gaan
of niet.

Je weet het niet.

Moon


Hebben en ZIJN
Zijn beiden deel van mijn leven.
Hiermee was mij tijd, was eeuwigheid gegeven.
De ene werkelijkheid de andere schijn!

Het werkwoord hebben;
is niets,
is oorlog;
is niet leven,
is van de wereld
en haar afgoden.

Zijn is,
boven de dingen uitgeheven,
vervuld worden
van Goddelijke pijn.

Hebben is hard,
is lichaam,is twee borsten,
is naar de aarde hongeren en dorsten,
is enkel botte plicht!

Zijn is de ziel,
is luisteren,is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken.

Moon



Jij schiep ruimte voor mij
Wanneer ik doolde
In mijn geremde dagen
En waar mijn ik
in slaap was.
In dagen van de zwaartekracht
Hier op aarde

Telkens weer
Weefde jij draden van verlangen
Waar onze ogen
Samen golfde op de stroom
Waarvan ik dacht,
dat het liefde was,
wat bubbelde in mijn schoot!

En natuurlijk
Ruist het riet
Onze zwarte letters
Door de geschiedenis heen
We waren niet meer
Als 2 gekwetste kinderen
Die dreven op een blad van een waterlelie
Naar het meer met een onderstroom
Van niet kunnen
Om daar steeds maar weer te verdrinken.

Maar nu mijn bloemen bloeien
En mijn gras
Zich uitstrekt als een groene deken
Voel ik hoe versteend gevoel
Streel zacht weer gaat leven.

En kan ik je eindelijk laten gaan!

Moon

Arival




Weerzien
Zou het dan zo zijn
Dat jouw regen niet meer huilt,
is jouw storm dan eindelijk geluwd
en zwijgt jouw wind dan adembenemend Stil?
Leef jij je leven in jouw stilte?

Of kennen jouw gedachten nog diezelfde kronkels
ploeter je nog steeds door een warboel van emoties
blijf je zitten met draden vol met kluwen,
die harde knopen leggen om je hart?

Loop je dan verloren in je zwijgen
met een schild beschermend om je heen
En zou je eindelijk de moed hebben
Wanneer je mij na al die jaren weer ziet
Om kleur te bekennen?
Als je dan eindelijk weet hebt van een regenboog?

Moon


Jij trekt mij in jou bladeren van groen
En zo zitten we neer
Tussen worteltakken
En in mijn liefdeskorf
Draag ik bloemen voor jou
Die ik schilder aan de boom
En als de wind dan komt
Zitten we in een bui
Van bloesem
En in dit schuilen
Is er gevoel van geborgenheid.

Moon



Voor Mamma

Een Engel,
Prachtig
En stralend,
Met
Liefde omringd,
Is er
Voor iedereen..
Maar
Deze wereld,
Soms mooi,
Soms moeilijk,
Staat haar,
Vaak in de weg..
Zelfs,
Deze mooie Engel,
Heeft tijd nodig,
Voor zichzelf,
Een plek
Van rust..
Mama,
Vind deze rust,
Voor jezelf,
En met anderen.
Want,
Ook een Engel,
Mag dat doen !
mam ik hou van je hoor !

Geschreven door mijn dochter © Anne